Referentiearchief (1981-heden)

Utrecht. Papegaaienmuseum. Referentiearchief.

 

Onze ervaring is dat niet iedereen de lijstjes van het papegaaienmuseum op dezelfde manier als helpend ervaart. Voor sommigen blijken ze richtinggevend om de leegte en onmacht te overstijgen die ontstaan door het gevoel dat alles belangrijk is. Anderen zijn geneigd ze rationeel te gebruiken en in de aanslag te houden zodat het proces van kijken en beschouwen verstoord wordt en ze er nog moeilijk in slagen om bijvoorbeeld hoofd- en bijzaken te onderscheiden. Maar meestal wordt deze onderverdeling vooral als helpend ervaren. Onze classificaties richten de aandacht vooral op het algemene niveau, waarbij de zwakten en sterkten van papegaaienkunst in kaart worden gebracht, die voor zover mogelijk ook al in samenhang gezien worden met de thema’s die aan de orde zijn. Dit is een eerste ordeningsproces, dat nog heel dicht bij het materiaal aanleunt maar toch ook hier en daar aanknopingspunten voor verdere interpretatie aanreikt.
Dit papegaaienmuseum streeft geen volledigheid na, maar wil een manier van denken aangeven die verder verfijnd kan worden op basis van eigen associaties en lectuur. De bedoeling is een aanzet te bieden tot gedifferentieerd waarnemen, bewust worden en woorden leren vinden voor wat men ziet en voelt wanneer men naar papegaaienkunst kijkt.

Inktpot (2)

 



PARROT ICONOGRAPHY: SYMBOLISM AND SUBTEXT

 

Why bother with all this symbolism and subtext?

What period or periods of time should the Museum focus on? Should the Museum’s scope be limited to parrot history or go beyond that, to parrot politics, for example? Should the Museum be involved long term in the preservation of parrot records and serve as a research facility? Should the Museum be in the business of collecting, storing and preserving parrot artefacts? What is the meaning or some purpose other than a museum? Should the structure remain in its present configuration?

The use of symbols allows the artist to pack a lot of information into a small space. Unless an artwork makes visual sense, peeling the layers of meaning in its iconography and iconology is pointless. But in a fine painting, appreciating its symbolic implications can make viewing it even more engaging.

We can count upon a summation of good results. The theory is still under construction. There was already previous attempts during the decade of the 1980s, but now we have an innovative point of view, which we’re attempting to prove. This is a long term collective project.


LIJSTJES

 


CLASSIFICATIES

 

In de loop van de tijd heeft het Papegaaienmuseum verschillende rubricerings-systematieken ontwikkeld en als classificaties toegepast.

Classificatie  2.4 (2008 tot heden)

Timeline

  • Antiquity: Ancient Greece [Beginnings to 100 A.D.]; The Roman Empire [Beginnings to 100 A.D].
  • Medieval: Medieval – Christian Europe [100 A.D. to 1500].
  • Renaissance: The Renaissance [1500-1650].
  • Baroque and the Enlightenment: Baroque and the Enlightenment in Europe [1650-1800].
  • Nineteenth Century: Revolution and Romanticism in Europe and America [1800-1900]; Realism, Naturalism, and Symbolism in Europe [1800-1900].
  • Twentieth Century: The 20th Century: Bourgeois Realism and European Modernisms [1900s].
  • Post-Modern: Post-Modernism [1965-Today].

(and) (as seen from the perspective of the parrot)

  • Artful: Clever or skillful, typically in a crafty or cunning way.
  • Eloquence: Fluent, Articulate, Expressive, Silver-tongued, Persuasive in speaking.
  • Emblematic: Intrinsically serving as a symbol of a particular quality or concept.
  • Exile: Enforced removal from one’s native country or, self-imposed absence from one’s country.
  • Old Salt: An experienced sailor.
  • Ostentatious: Designed to impress or attract notice.
  • Sensuality and Senses: The enjoyment, expression, or pursuit of physical, esp. sexual, pleasure, (and), Senses: One of the faculties of sight, smell, hearing, taste, and touch.
  • The Christ spirit: Feeling or showing deep and solemn respect.

Classificatie  2.2 (2001 tot 2006)

  • Amity: Companionship, Togetherness, Intimacy, Peaceful harmony
  • Eloquence: Fluent, Articulate, Expressive, Silver-tongued, Persuasive in speaking
  • Exile: Enforced removal from one’s native country or, self-imposed absence from one’s country
  • Exotic: Originating in or characteristic of a distant foreign country
  • Foolishness: Stupidity, Lack of intelligence, Brainlessness, Ignorance
  • Old Salt: An experienced sailor, especially a sailing sailor or pirate
  • Rogue: Schobbejak, Rascal, Knave, Naughty boy, Scoundrel, Baddie, Good for nothing
  • Sanguine: Optimistic, Bullish, Hopeful, Buoyant, Positive, Confident, Cheerful, Cheery
  • Senses: One of the faculties of sight, smell, hearing, taste, and touch
  • Sensuality: The enjoyment, expression, or pursuit of physical, esp. sexual, pleasure
  • The Christ spirit: Feeling or showing deep and solemn respect
  • Vibrant: Colorful, Vivid, Brilliant, Radiant, Rich, Graphic, Lively, Animated, Dramatic, Fascinating, Interesting, Stimulating, Scintillating, Evocative
  • Vocal Mimicry: The action or art of imitating someone or something, typically in order to entertain, ridicule or moralise

Classificatie  1.4 (1985 tot 1994)

  • Aanmatigend Ad Rem Alert Argeloos Arrogant Astrant
  • Banjeren Begankenis Bekkig Beledigend Beroering Bijdehand Bliksems Bluffen Bombarie Boud Braaf Brutaal Bruusk
  • Coifferen Commotie
  • Dapper Deining Deksels Deugdzaam Dik doend Disharmonie Dispuut Dociel Driest Drukte
  • Echoën Eerbaar Eerlijk Eerzaam Euvel
  • Fatsoenlijk Fideel Flemen Flirten Foefelen Frank
  • Gatlikken Geanimeerd Gedurfd Gehoorzaam Gekibbel Gekijf Gekrakeel Gekrioel Gemakkelijk Gemoedelijk Genoeglijk Geraas Geschal Gesodemieter Getier Gevat Gewaagd Geweld Gewemel Gewichtig Gewiekst Goed Grof Grootspreken
  • Handig Handtastelijk Hartelijk Hautain Heibel Heisa Herhalen Herrie Honds Hooghartig Hoogmoedig Ijdel Impertinent Incorrect Ingebeeld Insolent Intrige(Zn):Hofkliek
  • Kabaal Kakofonie Kapsones Keet Keurig Kien Kift Kittig Kontkruipen Kontlikken Kras Kruipen(Zn):Flemen Kwaad Kwajongensachtig Kwestie Kwiek Laatdunkend
  • Lawaai Leep Leven Likken Lomp
  • Minachtend Misbaar Misplaatst Moeilijkheden Mooipraten
  • Nababbelen Nabauwen Nabouwen Nakaarten Nakallen Naklappen Nazeggen
  • Onaangenaamheid Onbehoorlijk Onberaden Onbeschaamd Onbescheiden Onbeschoft Onbesuisd Onbetamelijk Onderhoudend Ondeugend Oneerbiedig Onenigheid Onfatsoenlijk Ongegeneerd Ongehoorzaam Ongemanierd Ongepast Ongerijmd Ongeschikt Ongevoeglijk Ongezeglijk Onmin Ontoepasselijk Onverschrokken Onvertogen Onvrede Onwelvoeglijk Onwetend Opgeblazen Ophakken Ophef Oppassend Oproer Opschepperig Opschudding Opsnijden Opstootje Overmoedig
  • Paaien Papegaaien(Zn): Napraten Pedant Pienter Plezant Plezierig Pluimstrijken Pochen Poeha Poerim Pralen Pretentieus Prettig Prijzen Pronken
  • Rad Rechtgeaard Rechtschapen Rel Reuring Roekeloos Rommel Rumoer Ruw Ruzie
  • Scharrelen Schelmachtig Schijnheilig Schrander Slagvaardig Slecht Slijmen Slim Snobistisch Snoeven Snugger Sociabel Soesa Spektakel Spitsvondig Spraakzaam Stampei Stampij Stennis Stoefen Stout Stoutmoedig Straf(Zn):Brutaal Strooplikken Stroopsmeren Suf
  • Tam Tempeest Trammelant Troep Trots Tumult
  • Uitgekookt Uitgeslapen Verdeeldheid Vergulden Vermetel Verwaten Vete Vlegelachtig Vleien Vlug Volgzaam Vrank Vrijmoedig Vrijpostig
  • Waaghalzig Welgeaard Welgemanierd Woorden Woordenstrijd
  • Zelfgenoegzaam Zelfingenomen Zoet Zolen Likken Zootje

De eerste vijfhonderd
De eerste vijfhonderd. Catalogus van het Papegaaienmuseum, Boek 1. Classificatie 1.0. (1980-1985).

Stempel