Basjou (1991)

Leerlooier Basjou neemt bij pensionering het besluit om papegaaien op te zetten. In roerige tijden doet men zoiets beter niet.

Hoofdstuk 1; hoofdstuk 2. Zie verder: Publicaties.


Hoofdstuk 1

 

Basjou was leerlooier, een van de leerlooiers van Rouen. Nu niet meer. Alle kwalen van het vlezen, haren, pletten en stampen van de huiden hebben zich geopenbaard en Basjou is vrijgesteld. Nu zijn de zoons met de knechten werkzaam aan de kant van het water en Basjou moet proberen het ambachtelijke zwaartepunt van het bedrijfje te verplaatsen naar de huidenkoperij. Veel tijd besteedt hij daar niet aan. In een stad als Rouen is de concurrentie groot en Basjou voert oude oordelen met zich.

Maar de zoons willen veranderingen. Meer huiden voor de leertouwers. Meer huiden voor de Spaans-leerbewerkers. Meer exotische huiden voor de meubels van de welgestelde klasse. Meer kuipen en meer knechten.

Basjou weet niet wat te denken. De zoons, hun vrouwen en kinderen leiden een redelijk bestaan. Dat moet voldoende zijn. Meer moet men niet willen. Laat ze maar dienstbaar blijven aan het eigen gilde. Laat ze maar morren.

Natuurlijk heeft Basjou ongelijk. Er is voor de huidenkoperij een gouden toekomst, zeker nu de nieuwe wereld ontdekt wordt. En voordat de eeuw voorbij is zullen de gewezen leerlooiers, de nieuwe huidenkopers, rijk geworden zijn en voor zichzelf en hun zoons huizen van steen hebben gebouwd. Bij de rivier vandaan.

Als het tenminste geen Evangelischen zijn, Protestanten, Waldenzen, Lutheranen en Calvinisten of Reformatorischen, Hugenoten of vrijdenkers als de Libertijnen. Ketters. Want hen vergaat het anders.

Helaas. De zoons willen niet alleen veranderingen op het materiële vlak, inzake het geloof ook. Steeds vaker ontmoet men predikers uit Genève in de straten van Rouen, die vertellen over wat te geloven. En de Bijbel moet men zelf van commentaar voorzien. Twee maal daags. ‘s Morgens en ‘s avonds. In de taal die men spreekt. Maar ketters worden vervolgd door koningen. Bij zijn kroning heeft koning Hendrik II plechtig beloofd dat hij ze uit zal roeien. Exterminer. Want hij is getrouwd met een nicht van de paus en zij fluistert het hem in. De boogschutterkoning. De koningworstelaar, die niets liever doet dan zich te oefenen met de wapens en zich te oefenen in de sporten van zijn tijd. De tenniskoning.

De bijbel zelf van commentaar voorzien. In de taal die men spreekt. Basjou weet niet wat te denken. Hij luistert naar zijn zoons die luisteren naar de predikers uit Genève. Het wordt de ondergang van de leerlooierij. En zo bezien is het maar goed dat Basjou zich aan het eind van zijn leven niet meer sterk maakt voor de huidenkoperij.

Andere bezigheden. Onverwachte bezigheden. Vogels die het hoofd van Basjou geheel in beslag gaan nemen. Papegaaien.


Hoofdstuk 2

 

In die dagen zijn papegaaien zeldzaam. In een naburige uitspanning heeft Basjou ze voor het eerst gezien. De eigenaar van de uitspanning houdt er op zijn achterplaats een kleine menagerie op na. Een paar apen, vogels, wat roofdieren, een reus en een dwerg en nog zowat. Een en ander heeft op de omzet merkbare resultaten, dat laat zich raden. Tijdens een van de pogingen om huidenkoper te worden is Basjou naar de uitspanning gereisd in de hoop van de waard wat exotische huiden te betrekken, maar deze kan hem geen toezeggingen doen, omdat de dieren in goede gezondheid verkeren. Wel geeft hij het adres van een handelaar in Rouen. Die moet Basjou maar eens bezoeken.

Tussen de dieren van de menagerie zitten twee vulgair krijsende papegaaien. Amazonepapegaaien. Basjou heeft schik in de beesten en hij verbaast zich over het kleurige verenpak en de grote bekken. Een van de vogels blijft zoveel mogelijk in de nabijheid van de reus en wanneer deze het toelaat zit hij op diens schouder. De waard vertelt dat hij nog voor het einde van de week drie nieuwe vogels verwacht, maar dat het stilaan steeds moeilijker wordt om ze krijgen. De handel wordt steeds gewiekster en brachten de zeelui ze aanvankelijk voor niets mee, nu worden er toch aardige prijzen bedongen. Daarbij komt dat ze tijdens de overtocht slecht worden behandeld, waardoor de meeste niet lang leven en dat Basjou er daarom zeker geen van hem krijgt. Opgestopte papegaaien zijn makkelijker te krijgen, maar ook dat is geen garantie voor een lang leven. De beesten zijn niet of nauwelijks geprepareerd en de stank van de rottende vleesresten is onhoudbaar. Als Basjou een papegaai wil, doet hij er verstandig aan eens rond te neuzen in de haven. En dat doet Basjou.


 Pumbo-Basjou-cover

Stempel